Zijn plan was om het onderwijs in te gaan. Maar de praktijk viel tegen en Stefan de Hoop gaf de droom op om leerkracht te worden. “Mijn moeder werkt in de zorg en stelde voor dat ik daar vrijwilligerswerk zou doen, tot ik een nieuw plan zou hebben. Dat vond ik zó leuk, dat ik nooit meer weg wilde!”
Stefan werkt als Helpende Plus in verpleeghuis Rijnzate in Alphen aan den Rijn. Hier wonen 88 mensen die lichamelijke zorg nodig hebben. Stefan: “Bewoners hebben hier hun eigen appartement en hun eigen dagindeling. Ze leven echt hun eigen leven, waar jij op momenten op aanhaakt. Je ondersteunt hen, zodát ze dat leven zelf kunnen blijven leiden. Dat is heel anders dan bijvoorbeeld in de thuiszorg of in een verpleeghuis voor mensen met dementie.”
De rol van een Helpende Plus
In het verpleeghuis werken zorgprofessionals met ieder hun eigen taken en bevoegdheden. “Als Helpende Plus heb je niet zoveel administratieve taken. Je bent vooral met de bewoners bezig. ‘s Morgens begin ik om 7.15 uur, dat is meteen het drukste stukje van de dag. Want als de bewoners wakker worden, willen ze natuurlijk niet te lang wachten met wassen en aankleden.” Stefan en zijn collega’s maken op basis van de wensen en het dagritme van de bewoners een planning. “Je hebt dus een lijstje met een volgorde van wie je als eerste helpt en wie later.”
Eb en vloed in het verpleeghuis
Stefan beschrijft de drukte in het verpleeghuis als eb en vloed: “Als iedereen is gewassen en aangekleed doen de bewoners hun eigen ding. Soms hebben ze daar hulp bij nodig, dan drukken ze op de bel en ga ik als een vliegende keep van bewoner naar bewoner. Ik neem altijd de tijd om even te kletsen met de bewoners. Ik ben er goed in om te spiegelen aan de bewoner: heeft hij of zij een uitbundige bui, dan doe ik mee.
Maar is de bewoner in een makke bui, dan pas ik me daarop aan.”
Maak je niet druk
“De bewoners willen veel vertellen en hebben ook veel te vertellen. Verhalen van vroeger, daar word ik heel blij van. Je krijgt stukjes mee van hoe het leven 50 of 60 jaar geleden was. Ik vraag een bewoner ook liever waar hij vandaan komt en wat hij heeft gedaan, dan naar zijn of haar gezondheid. Zo leer ik ze beter kennen en hebben we ook hele leuke gesprekken. Mensen vragen wel eens: ‘Kun je wel kletsen? Heb je het niet te druk?’ Dan zeg ik altijd: ‘Ik máák me niet druk!’ Dat is het verschil.”
Een lekkere flow
Iedere dienst heeft zijn charme, zegt Stefan. “De avonddienst is wat rustiger. Natuurlijk moet iedereen die ‘s morgens uit bed is gehaald, ook weer ín bed, maar dat is veel meer uitgesmeerd over de avond. Want de eersten willen al om 19.00 uur geholpen worden en de laatsten pas om 23.00 uur. In die zin is een avonddienst wat relaxter. Maar ik kan ook genieten van een ochtenddienst waarin je veel gedaan krijgt en in een lekkere flow zit.”
Het verschil maken
“Het mooiste van mijn werk vind ik het contact met de mensen. Ze zijn heel blij als je ze helpt en ik vind het ook heel fijn om dat voor ze te kunnen doen. Als een bewoner eenzaam is kan dat ene praatje heel veel doen voor zijn of haar mentale gezondheid. Dat ik zo het verschil kan maken, vind ik heel waardevol.”